Door Ronald Kerkhoff
Dit is het vijfde artikel in een serie van zeven, waarin we de fascinerende evolutie van softwaretesten verkennen en stilstaan bij de belangrijke rol die Nederland daarin speelde.
De periode van 2010 tot en met 2019 markeert een kantelpunt in het vakgebied softwaretesten. Waar de jaren ’00 het testvak volwassen maakten met methodieken, certificeringen en professionalisering, was het decennium dat volgde er één van versnelling, schaal en digitalisering. Testen werd steeds minder een aparte fase, maar juist een integraal onderdeel van softwareontwikkeling en IT-operatie. De opkomst van DevOps, cloud, strengere wetgeving en nieuwe methodieken zorgden ervoor dat testers opnieuw moesten leren meebewegen.
DevOps en volwassen CI/CD-ketens

In de vorige blog stond Continuous Integration en Continuous Delivery (CI/CD) al centraal als opkomende werkwijze. In dit decennium bereikten deze concepten echter pas écht volwassenheid. Binnen DevOps-teams werkten testers, developers en operations samen in een doorlopende cyclus van bouwen, testen en releasen. Testen werd daarmee een continu proces, ingebed in de keten in plaats van een losse afsluitende activiteit.

De shift-left gedachte, kreeg praktische invulling via Test Driven Development (TDD) en Behavior Driven Development (BDD). Toolszoals Cucumber en SpecFlow maakten het mogelijk om tests in begrijpelijke business-taal te schrijven, waardoor samenwerking met product owners en business stakeholders werd versterkt.
Deze snelheid en schaal brachten echter ook nieuwe uitdagingen met zich mee. Organisaties moesten tooling, infrastructuur en testaanpakken opnieuw uitvinden om bij te blijven.
Nieuwe generatie testtools
De vraag naar snellere en betere testondersteuning leidde tot een explosie van nieuwe tools en frameworks. Naast doorontwikkelingen van bestaande producten kwamen in dit decennium vooral innovatieve oplossingen op de markt:
- Tricentis Tosca – model-based testautomatisering zonder zware programmeerkennis. Tricentis breidde de suite in deze periode uit met strategische overnames:
- Q-up (2014) – testdatamanagement, met synthetische data en datamasking.
- Flood.io (2017) – cloudgebaseerde load- en performancetesten, later geïntegreerd als Tricentis Flood en NeoLoad.
- QASymphony(2018) – maker van qTest, een modern testmanagementsysteem met integraties naar Jira, CI/CD pipelines en realtime dashboards.
Dankzij deze uitbreidingen transformeerde Tricentis van toolleverancier naar een end-to-end continuous testing platform, dat alle facetten van testen samenbracht in één suite.
- Micro Focus en de erfenis van HP – in 2017 nam Micro Focus de softwaredivisie van Hewlett Packard Enterprise (HP) over, inclusief de bekende testproducten: HP Quality Center (QC), HP ALM, UFT (voorheen QTP) en LoadRunner. Daarmee werd Micro Focus in één klap eigenaar van een enorme klantenbasis. Vanuit die positie ontwikkelden zij ALM Octane: een modern DevOps-platform dat organisaties hielp de overstap te maken van traditionele ALM naar agile en CI/CD.
- Andere nieuwe spelers:
- ReadyAPI (voorheen SoapUI Pro) – voor geavanceerd API-testen en servicevalidatie.
- Postman– maakte API-testen toegankelijk voor zowel testers als developers.
- Robot Framework – een keyword-driven testing framework, eenvoudig uitbreidbaar in Python.
- Gatling – een moderne performance testtool die goed integreerde in CI/CD.
De nadruk lag op integratie met pipelines en gebruiksvriendelijke frameworks, zodat automatisering niet langer het domein van enkel de technische testers bleef. Maar de effectiviteit van al die tools stond of viel met de beschikbaarheid van flexibele infrastructuur, en precies daar bracht cloud computing een revolutie teweeg.
Cloudtransitie en Testing-as-a-Service (TaaS)
Steeds meer organisaties zetten hun infrastructuur om naar de cloud. Platformen zoals AWS, Azureen Google Cloud boden de mogelijkheid om testomgevingen dynamisch en on-demand in te richten.
Voor testers betekende dit een enorme stap vooruit. In plaats van wachten op trage provisioning van on-premise hardware, konden nu testomgevingen in minuten worden opgespind, geschaald of verwijderd. Dit maakte grootschalige load- en performance-tests beter haalbaar en betaalbaar.
De cloud introduceerde ook een nieuw concept: Testing-as-a-Service (TaaS). Testcapaciteit, testdata en zelfs complete testuitvoering werden als dienst aangeboden. Tools en platformen als BrowserStack en Sauce Labs maakten cross-browser– enmobiel testen eenvoudiger dan ooit, zonder zelf een device-lab te hoeven onderhouden.

Maar waar meer flexibiliteit kwam, ontstonden ook nieuwe verantwoordelijkheden. Want met data in de cloud kwam de vraag: hoe beschermen we die data eigenlijk?
Data, privacy en compliance: de impact van GDPR
De invoering van de General Data Protection Regulation (GDPR) in 2018 was een van de meest ingrijpende veranderingen van dit decennium. Ineens stonden niet alleen functionele eisen centraal, maar ook de manier waarop met persoonsgegevens werd omgegaan.
Voor testers betekende dit een radicale omslag. Waar testomgevingen vaak gevuld waren met echte klantdata, werd dit door GDPR onacceptabel. Bedrijven worstelden met de vraag of en hoe zij productiegegevens veilig konden gebruiken in testomgevingen. Het risico op datalekken of non-compliance was groot, waardoor alternatieven noodzakelijk werden.
Met de intrede van moderne database-management-oplossingen werd het mogelijk om data gecontroleerd te anonimiseren, maskeren of te subsetten. Daarmee werd het voor het eerst praktisch haalbaar om testomgevingen te vullen met data die realistisch genoeg was voor goede tests, maar niet langer herleidbaar naar echte klanten.
Anonimiseren, pseudonimiseren, maskeren en synthetische testdata groeiden daardoor uit tot standaardpraktijken. Een belangrijke stap in die professionalisering was al eerder gezet met het boek Testdatamanagementvan Edwin van Vliet (2011). Ik had destijds de eer om dit manuscript als reviewer van feedback te voorzien. Het boek bood concrete handvatten voor datastrategieën, beheer en compliance, thema’s die door GDPR ineens topprioriteit werden.

De nieuwe wet liet zien: softwarekwaliteit ging niet langer alleen over functionaliteit, maar ook over vertrouwen, transparantie en verantwoording. En naast privacy en databeheer kwam ook de bredere beveiliging van software nadrukkelijker in beeld.
Securitytesten: van SAST naar DAST
In lijn met de strengere privacy-eisen kwam ook security nadrukkelijker op de radar. De eerste stap lag vaak in Static Application Security Testing (SAST): broncode-analyse die kwetsbaarheden vroeg in de lifecycle zichtbaar maakte. Hierbij werd veelal getoetst op de bekende patronen uit de OWASP Top 10, zoals SQL-injectie, cross-site scripting (XSS) en onvoldoende autorisatiecontroles.
Dynamic Application Security Testing (DAST) werd eveneens toegepast, maar in dit decennium nog grotendeels handmatig. Bedrijven huurden vaak ethische hackers of gespecialiseerde securitytesters in om van buitenaf een systeem aan te vallen en zo zwakke plekken bloot te leggen. De eerste geautomatiseerde DAST-tools kwamen wel op, maar waren beperkt en gaven veel false positives.

Deze combinatie van vroege SAST-controles en manuele DAST-tests legde de basis voor wat later DevSecOps zou worden: security volledig geïntegreerd in de ontwikkel- en testketen, ondersteund door meer volwassen tooling.
Schaalvergroting door Agile at Scale
Agile was begin jaren ’10 de standaard geworden op teamniveau. Maar grote organisaties liepen tegen de vraag aan: hoe schaal je Agile naar tientallen of honderden teams?
Frameworks als SAFe (Scaled Agile Framework), LeSS (Large Scale Scrum) en het Spotify-model deden hun intrede. Voor testers betekende dit een nieuwe rol, midden in een veel complexere context.
In de eerste versies van SAFe kreeg kwaliteitszorg echter nauwelijks aandacht. Het werd vaak gezien als een uitvoerende taak binnen teams. Pas vanaf SAFe 4.5 kreeg Built-in Quality expliciet aandacht, met nadruk op testautomatisering, integratie en security in alle lagen van de Agile Release Train (ART).

Ook ketentesten, eerst onderbelicht, kreeg later een vaste plek binnen de verantwoordelijkheid van System Teams. Dit gaf testers de kans om end-to-end kwaliteit over meerdere teams en systemen te waarborgen.
Nieuwe methodieken en boeken
Dit decennium bracht minder volledig nieuwe methodieken, maar wél een consolidatie van bestaande kennis én de toepassing ervan op nieuwe contexten. Vooral Sogeti speelde hierbij een prominente rol met publicaties die internationaal invloed hadden:
- PointZERO Vision – een visie waarin defectpreventie centraal stond in plaats van detectie.
- TMap Next in Scrum (2013) – de bekende TMap-aanpak aangepast aan agile projecten.
- Testing in the Digital Age(2018) – gericht op digitale transformatie en nieuwe technologieën.
- Testing in an IoT Environment (2016) – specifiek gericht op de uitdagingen van het testen van IoT-oplossingen.

Andere Nederlandse partijen publiceerden in dit decennium relatief weinig boeken met dezelfde internationale impact. Daarmee bevestigde Sogeti haar positie als kennisdrager en innovator binnen de Nederlandse testcommunity.
Mijn eigen ervaring in dit decennium
In dit decennium mocht ik zelf als testmanager mooie projecten leiden in uiteenlopende domeinen, waarbij ik soms letterlijk tussen de vliegtuigen stond. Een bijzonder project waar ik nog steeds met veel plezier naar terugkijk, is het volledig vervangen van alle netwerkkabels en outlets in alle KLM-gebouwen. En dat zijn er heel wat! De eerste gebouwen werden zorgvuldig getest, met uitgebreide bevindingenrapportages. Naarmate het traject vorderde, nam het aantal bevindingen echter af. Het vertrouwen in de kwaliteit groeide en de risico’s werden inzichtelijk gemitigeerd.
Uiteindelijk konden de laatste gebouwen zelfs zonder formele testen succesvol worden gemigreerd op basis van “No Risk No Test”. Een concreet voorbeeld van hoe risicogestuurd testen ook in de praktijk zijn waarde bewees.

Tot slot: versnelling en volwassenwording
De jaren 2010–2019 waren een decennium van consolidatie én vernieuwing. Bekende principes als CI/CD, testautomatisering en risicogebaseerd testen werden volwassen, terwijl cloud, GDPR en Agile at Scale nieuwe dimensies toevoegden.
Testers moesten adaptief zijn: technisch vaardiger, procesmatig sterker en nauwer samenwerkend met business en operations. De rol van de tester vervaagde niet, maar evolueerde naar die van kwaliteitsregisseur. Dit decennium legde zo de basis voor de revolutie die in de jaren ’20 zou volgen: autonomous testing, hyperautomation en AI-gedreven kwaliteit. Hoewel die concepten in de jaren ’10 nog grotendeels toekomstmuziek waren, werden hier wel de fundamenten gelegd. Pas in de jaren ’20 begonnen de eerste experimenten en nichetoepassingen, maar brede adoptie laat nog op zich wachten.
Artikel 1 van deze reeks: De Pioniers van Softwaretesten (jaren ’70)
Artikel 2 van deze reeks: De Opkomst Van Systematisch Testen (jaren ’80)
Artikel 3 van deze reeks: De Formele Structurering van Testen (jaren ‘90).
Artikel 4 van deze reeks: De opkomst van de Testprofessional (jaren 2000/2009)
Artikel 5 van deze reeks: De Digitalisering en Cloudtransitie van Softwaretesten (jaren ’10) (dit artikel)
Artikel 6 van deze reeks: De revolutie van softwaretesten (jaren ’20)
Artikel 7 van deze reeks: De toekomst van testen (jaren ’30)
